Ik weet niet waar ik moet beginnen.
Echt niet.
Er is zoveel te zien, te voelen en te vertellen dat ik hier zit en denk: waar begin ik in hemelsnaam. Elke zin die ik typ voelt alsof ik een emmer gebruik om de oceaan in te scheppen.
Maar goed. Ik probeer het.
We zijn momenteel in Galicië. En de weg hiernaartoe was al bijzonder, want Spanje heeft ons volledig verrast. Dit land heeft eigenlijk alles. Woeste bergen, woestijn, zee, oude bossen, gezelligheid, regen, zon en bovenal een rust-vibe die je niet verwacht. Spanje is geen land. Het zijn tien landen in één.
Je krijgt veel mee via Instagram — daar probeer ik zoveel mogelijk te laten zien, de hotspots, de foto's, de verhalen. Gepind per land of bijzondere regio. Maar ik merk dat mijn blogs iets anders worden. Iets diepers. Ik voel niet de behoefte alles twee keer te delen — dat is voor jou ook niet interessant.
Hier wil ik je meenemen in wat bepaalde plekken met me doen. Wat ze losmaken. Misschien nodigt het je uit om er zelf ook ooit naartoe te gaan. Misschien voel je de energie van het gebied door mijn woorden heen. Misschien krijg je zelf ook een inzicht. Laat het een soort dubbele initiatie zijn — voor jou en voor mij.
🌿 Galicië is
Galicië… mijn god, Galicië.
Ik heb nog niet heel veel van de wereld gezien. Maar je hebt gewoon plekken die je raken. Die iets in je aanraken wat je niet kunt benoemen maar wel direct herkent.
Zwitserland deed dat jaren geleden. Het verpletterde me met zijn grootsheid, zijn rauwheid, zijn onmenselijke schaal. Je voelt je klein en vrij tegelijk.
Galicië is anders. Galicië is puur. Echt zuiver puur. Écht.
Het is het begin. Het ware zijn. Pure rust. Het laat je werkelijk in het nu komen.
Woeste golven bij de kliffen die de oudheid laten voelen zoals het altijd is geweest en altijd zal zijn. Geen oordeel over jou. Geen donderende verhalen van vervlogen tijden. Het laat je voelen wat het leven is, was en zal zijn. Stilte. Woest. Zacht. Eenvoud. Zuiver en puur.
Het is alsof je in een andere wereld stapt. De rauwheid van de Kelten die hier ooit hun leven hadden — voelbaar in eenvoud, liefde en waarheid. Alsof dit gebied je bij de hand neemt en zegt: hier. zo. dit is hoe het bedoeld is. En kijk nu eens waar jij staat in dit leven.
🌊 Het cadeau bij de school
We reden vanaf Lugo door naar Cariño. We kwamen aan bij een plekje bij een school. Heel simpel. Stelde niet veel voor. Een oude meneer vertelde ons dat alle auto's weg zouden gaan en we hier prima konden staan.
Wat we niet wisten was het cadeautje achter ons.
We stonden werkelijk aan een strand waar je je waande in dinosaurusland. Zo groen. Mos en wier op de hoge kliffen aan zee, kwetterende meeuwen, het botsen van golven op de rotsen, de mist die waait over de toppen. Wat een cadeau. Zomaar. Bij een school.
Daarna fietsten we naar een punt verderop — en dat was een uitdaging. Gelukkig hebben we elektrische fietsen mee, want het was flink stijl. Halverwege krabde Robbin zich even achter de oren. Maar iets in mij zei: doorrijden. Nog even.
Uitzicht over de Atlantische Oceaan waar de Baskische zee samenkomt.
Vergezichten over kliffen die zo uit een film komen.
En ik moest een traantje wegpinken.
Dat ik dit mag zien. Dat ik hier sta. Met mijn gezin. Ik heb altijd gedacht dat ik dit soort beelden alleen op tv zou zien. Maar nu sta ik hier, de zilte lucht vult mijn neus, de zon warmt mijn huid en ik stroom gewoon over. Wat een voorrecht.
Stel je voor: voor je de Atlantische Oceaan. Een doodlopende weg met een wit plateau en een vuurtoren. Stilte, op de wind na. De zee klap op de kliffen. Je loopt langzaam naar beneden. Hoge randen, breed en wit — je kunt er veilig op zitten. En als je daar zit zie je kliffen met een waas van spetterende waterdruppels gespiegeld met de zon. Het lijkt mist, maar het is het dauw van de oceaan. Meeuwen boven je. Gras dat glinstert in het zonlicht. En rust. Ware rust en vrijheid.
📍 Cariño, Galicië — pin hem vast als je ooit in de buurt bent.
✨ Santo André de Teixido — het sprookje
We gingen daarna verder richting Cedeira, en dan een piepklein dorpje: Santo André de Teixido. Oeroud. En omdat wij buiten het seizoen zijn, is er geen hond te bekennen.
We liepen langzaam naar beneden een klein straatje in. Een oud vervallen winkeltje links van ons. En toen we de hoek omkwamen: een oud hekwerk. Een wit kerkje. Ik wist het direct — daar wilde ik heen.
De jongens bleven buiten rondlopen. Ik liep naar binnen. En ze waren net begonnen met zingen.
Aan de voorkant van de kerk was een klein paadje. Een trappetje met uitzicht over de zee. Kipjes die naast je tokkelen. En dat geheime paadje leidde naar een oud begroeide binnenplaats waar overal lintjes aan de bomen hingen en een oude waterbron die vroeger als heilig werd beschouwd.
De lintjes komen uit een oude traditie — die overal ter wereld bestaat en nog steeds gedaan wordt. Je wensen geven. Vroeger, als een ouder een ziek kind had of een zieke partner, gaven ze hun gebed via een doekje aan de boom. Zodat de goden het hoorden.
Toen ik de kids dit vertelde wilden ze het natuurlijk ook doen. En er was geen mooier plek om dit samen te doen. Iedereen vond zijn eigen plekje. Het was magisch.
Voor mij was dit rechtstreeks uit een sprookje. Jullie weten dat ik iemand ben die ziet en voelt — en zo zag ik de druïden zich hier verzamelen. Wassen. Kruiden verzamelen. Hun verhalen delen. Terugkomen bij zichzelf. Het was écht zo mooi om hier te zijn.
Iets verderop: een ware stenen cirkel. Als een hunebed, met oude bomen en een uitzicht over de zee dat je adem doet stokken. En als je door de struiken heen wat verder naar beneden kijkt… zie je in de verte oude vikingschepen op je af varen. Wapperende jurken van vrouwen die wachten op hun man. Kinderen die springen voor de familie die terugkomt — of niet.
Terug omhoog kocht ik een ketting. Een oeroud symbool. Die moest mee. Ik heb geen idee waarom, maar ze moest mee. En ik denk dat ik haar nooit meer afdoe.
📍 Santo André de Teixido — een plek die je aan de hand neemt.
🌊 Ferrol — eb en vloed en 14 graden
Robbin had de volgende slaapplek uitgekozen en dacht dat ik hier wel blij van zou worden. En wat hij had uitgekozen was werkelijk niet normaal.
Ferrol. Te vinden op Park4night. En omdat wij buiten het seizoen zijn, plek zat. We kwamen aanrijden en ook dit uitzicht was fenomenaal. Hoge wuivende valleien en ruwe kliffen met klappende golven. Een plek waar eb en vloed zo mooi te volgen zijn. Als het eb is, kun je van het ene eiland naar het andere lopen. Bij vloed staat de trap half onder water.
Dus we wachtten tot eb. En liepen door het kleine laagje water door naar het andere eiland. Prachtig. Je gedachten en zorgen waaien mee met de zilte lucht.
Op de terugweg besloten we met 14 graden gek te doen en met z'n allen te springen in een diep poeltje water dat achter was gebleven.
Dikke pret, en later opwarmen in de camper
met de oceaan op de achtergrond.
Goud.
🕊️ Santiago de Compostela — het mooiste inzicht ooit
En dan. Santiago de Compostela.
Een plek waar duizenden, zo niet miljoenen mensen naartoe gaan. Pelgrims op hun reis naar de eindbestemming. Al honderden jaren lopen mensen deze route — weken, maanden — om hier te eindigen. Waar apostel Jacobus begraven schijnt te liggen. Een van de heiligste plekken van Europa.
Ik kreeg alle tijd van de mannen, want ik wilde hier al zo lang heen. We kwamen aan met een doedelzak op de achtergrond die me kippenvel gaf en een lichte brok in mijn keel.
Dit beloofde wat.
Ik liep om de kathedraal heen. Groots aan de voorkant. Op het plein zaten mensen die bijkwamen van hun reis. Ik zag tranen van dankbaarheid, van uitputting. Toeristen die een foto wilden. En mensen die zichzelf zoeken.
Ik liep naar binnen. Bewonderde de schilderingen. Ging op een bankje zitten om te voelen wat deze plek met me deed.
Alleen ik voelde niets.
Alsof ik belandde op de verkeerde filmset.
Wat me het meest bijgebleven is? Het moment dat ik het heilige beeld niet aanraakte.
De massa deed het. Eén voor één. Aanraken, foto klikken, doorlopen. En ik stond daar en ik kon het gewoon niet. Ik blokkeerde. Raakte geïrriteerd. Achter elkaar aan lopen omdat het zo hoort — dat is het niet. Niet voor mij.
Ik ben weggegaan. Niet omdat de plek verkeerd is. Maar ik hoorde hier niet.
En het moment dat ik dat beeld niet aanraakte — dat was het grootste moment. Want ik koos voor mijn eigen gevoel. Ik volgde mijn eigen pad, niet dat van de mensen achter me. Ik deed het niet omdat het netjes is, of omdat het zo hoort, of uit respect voor de vorm. Ik deed het niet — en dat voelde juist.
Die voel je daar waar je even alleen kunt zijn,
waar de plek zelf je laat voelen wat er is.
Buiten kocht ik bij een winkeltje een hangertje. Een spiraal. Geen idee waarom, maar hij moest mee. Ik wilde hem altijd al als tattoo — maar nu zag ik hem als hanger. Ik denk dat ik hem nooit meer afdoe.
Robbin stond met open mond en bijna stikkend in zijn pizza toen ik al weer terugkwam. Die lieve schat vond het zo sneu voor me. Maar het was het mooiste inzicht ooit. Deze plekken hoef ik dus niet te bezoeken om te voelen wat ik later wel zou voelen.
🏔️ De Keltische nederzetting — 1000 jaar vóór Christus
Onderweg zat ik op mijn telefoon te zoeken. Ik vond een foto van een plek waar je nederzettingen kunt zien en ervaren van duizend jaar vóór Christus. Oude Keltische nederzettingen.
Er viel een woooaaahhhh uit mijn mond en ik zei tegen Robbin: als we daar in de buurt komen, wil ik daar écht naartoe.
Ik liet het los. Wij weten nooit waar we belanden. We kijken in het moment.
We reden vanuit Santiago de Compostela naar een stadje om te slapen. Alleen met een camper van bijna 7,5 meter en een kar van bijna 3 meter worden smalle straatjes snel een uitdaging. We reden verkeerd. Konden het plekje niet vinden. Stonden bij een visserij. De stress kroop omhoog. Ik zocht snel verder en vond een camperplaats 8 minuten verderop. Prima. Morgen verder zien.
Ik liep naar een klein gebouwtje om te betalen. De man vertelde vriendelijk wat er te doen is in de buurt. "O," zei hij, en hij draaide zich om naar een mega grote foto aan de muur.
Mijn mond viel letterlijk open.
Ogen zo groot als jampotglazen keek ik naar Robbin.
Exact de plek. Exact de foto die ik hem had laten zien.
De best bewaarde Keltische nederzetting aan zee die nog bestaat. 15 minuten rijden. Robbin keek me aan met in zijn onderstroom: natuurlijk. Dit hebben wij weer.
🔥 De plek die me brak — op de mooiste manier
De volgende dag gingen we erheen.
En nog steeds, terwijl ik dit schrijf, moet ik huilen.
Het moment dat we aankwamen bekroop kippenvel vanuit mijn botten. De laatste man die er liep ging weg. We waren er alleen. He-le-maal alleen. De mannen liepen direct naar boven op de berg. Ik had de hele plek voor mezelf.
Er is letterlijk een hele muur. Met een ingang. Een soort poortje waardoor je in hun wereld stapt. Ik kwam binnen en ze prikten al — ja, mijn tranen. Ik jank wat af op deze reis.
Ik zag een rots met een kleine uitholling. Een kleine ruimte. Ik vouwde mezelf op zodat ik er een beetje in kon zitten. En in mijn gedachten zag ik een klein gebruind jongetje met woest kort haar en grote bruine ogen me aankijken en lachen. Ze deden verstoppertje. Ik deed mee. Niet normaal. Ik groette ze en bedankte ze en ging zitten in een cirkel van huisjes.
Want de cirkels die je ziet zijn de muren van huisjes — met rieten of houten puntdaken. Allemaal bij elkaar. Smalle tussenpadjes. Hier en daar een ruimte voor opslag, geitjes en kippen. Muren tot dijhoogte. Ik ging erin zitten. En in mijn gedachten zag ik een vuurtje in het midden branden. Ik ging erbij zitten. En de tranen van dankbaarheid kwamen.
Het was alsof ze me lieten zien hoe ze geleefd hadden. Alsof ik uitgenodigd was te mogen aanschouwen hoe ze leefden. Ze namen me enthousiast mee. Ik liep naar de rand en keek uit over de oceaan.
Ik zag wat zij zagen.
Zo lang geleden — en ik zag wat zij zagen. Hun kinderen spelen. Hun mannen vissen in de oceaan. Hun vijand naderen in de glinsterende zon op het water. De woeste wind gierend langs mijn wangen. En ik realiseerde me: wat ik zag, zagen zij ook. Zo diep. Niet normaal.
Robbin gaf me een knuffel want hij zag wat het met me deed. Hij snapt geen reet van mij af en toe. De plek waar ik zo lang heen wilde voelde ik geen moer — en hier brak ik volledig.
in de meest zuivere vorm.
Ik klom omhoog en keek van bovenaf op adem komend over de nederzetting. En ik zag hoe ze daar woonden. Bescherming kregen door de nauwe ingang aan de zijkant. Als de vijand aan land kwam, werden ze naar elkaar toe gedreven — en waren ze makkelijker aan te vallen. De prijs van samenleven op een smalle klif.
En toen raakte ik in gesprek. Niet met Robbin. Niet met mezelf.
Met iets — of iemand — die er gewoon was.
Ik zal proberen het zo goed mogelijk door te geven zoals het binnenkwam.
— Er zullen altijd mensen in je leven zijn die iets van je willen afpakken. Iets willen buiten zichzelf, omdat ze denken dat ze de macht hebben dit te doen. Die nooit genoeg hebben. Die boven je willen staan vanuit macht, lust, woede en wrok. Het hoort bij het leven op deze wereld, of we willen of niet.
Ik vertelde dat ik het zielig vond. Dat ze zo mooi leefden hier. Vrij, puur, zo liefdevol samen. En dat het dan toch zo kon eindigen.
— Het gaat er niet om of dit goed of fout is. Het gaat erom wat er écht toe doet. Als je simpel leeft met wat de natuur je geeft en het leven je aanrijkt, is hebzucht de duivel en liefde je bestemming. Simpliciteit is een voorrecht — en die is overal te vinden. Zolang je je familie bij je hebt, kun je overal zijn. En de liefde die je kunt voelen… is nooit af te pakken.
Ik was stil. Ik kon niets teruggeven. Alleen maar voelen.
Ik gaf een paar haren van mezelf als bedankje. Vanuit het sjamanisme is dit wederkerigheid. Je ontvangt, en geeft iets terug. Robbin had bloemetjes voor me geplukt — want hij zag wat deze plek met me deed, die gouden vent. En overal liet ik een bloemtje achter tussen de stenen, met een paar haren erbij. Een paar bloemetjes hield ik zelf. Die gingen mee.
Mucho gracias.
We liepen langzaam weg. En groepjes mensen kwamen eraan. Niet normaal — wat een cadeau dat we even 1,5 uur alleen mochten zijn.
Ik schrijf dit en merk dat mijn woorden de lading niet dekken. Niet eens in de buurt komen van hoe diep ik deze plekken voel. Hoe ze iets in me aanraken wat ik niet eens volledig kan benoemen.
Maar ik hoop dat het genoeg is. Dat je iets voelt. Dat er ergens een inzicht landt, een beeld ontstaat, een verlangen wordt gewekt om zelf ooit zoiets te ervaren. Als ik dat voor je kan betekenen met mijn gebrekkige woordenschat en trillende vingers op een telefoonscherm — dan is dit precies genoeg.
Dus ik sluit hem hier af. Hij is rond.
Ik hoop dat je een beetje hebt kunnen voelen wat deze plekken doen — in mij, en misschien ook in jou. Met alles wat ik ben probeer ik het gevoel door mijn vingers naar jou toe te laten stromen.
Dat je mag voelen hoe de rust hier voelt. De puurheid. De inzichten.
Dat de ratrace ons meeneemt — maar wij kiezen wanneer we op de rem trappen. Dat wij beslissen hoe we ons leven leven, en dat daar soms dappere beslissingen voor nodig zijn.
of kijk je naar wat er écht toe doet?
De liefde.
Bedankt dat je er weer was. Dat je las, voelde en misschien even mee op reis was.
Ik hoop dat ik je een beetje heb kunnen meenemen in wat deze wereld te bieden heeft.
Laat weten wat je ervan vindt 💛
📸 De foto's en hotspots? Die staan allemaal op Insta!
Tot volgende week.